6 vragen over asbest |
|
|
|
|
Asbestverwijdering De regels voor het verwijderen van asbest zijn 28 juli 2006 veranderd. In het Arbeidsomstandighedenbesluit is nu een risicoclassificatie voor het verwijderen van asbest opgenomen. Dit betekent dat ook woningcorporaties hun werkprocedures moeten bijstellen. Bovendien is de doorlopende sloopvergunning van de gemeente niet meer van kracht. 1. Waarom is de asbestregelgeving veranderd? De regels die gelden bij de verwijdering van asbest zijn meer in overeenstemming gebracht met de risicoâs die kunnen optreden. Er zijn daartoe risicoklassen ingevoerd. Hierdoor kan voor iedere arbeidssituatie passende bescherming worden geboden. Hoe hoger het risico dat gevaarlijke asbestvezels vrijkomen, hoe uitgebreider de maatregelen om werknemers te beschermen. De risicoklasse wordt bepaald door het gecertificeerde asbestinventarisatiebedrijf dat voor de asbestinventarisatie is ingehuurd. 2. Welke risicoklassen zijn er? Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie risicoklassen, uiteenlopend van licht tot zwaar. Risicoklasse 1 is de lichtste. Deze geldt voor asbesthoudende materialen die zonder bewerking aan het asbesthoudend materiaal kunnen worden verwijderd, verpakt en afgevoerd. In dit soort gevallen hoeft de asbestverwijdering niet meer te worden uitgevoerd in een hermetisch afgesloten ruimte met een luchtdrukregulatie. Onder risicoklasse 2 vallen materialen waarbij demontage niet mogelijk is vanwege slechte conditie. Risicoklasse 3 is de zwaarste. Hieronder valt verwijdering van niet hechtgebonden asbest, zoals isolatiemateriaal, pakkingen en asbestkarton. In deze klasse zijn de beschermende maatregelen aangescherpt, zoals bijvoorbeeld de eindcontrolemeting. 3. Kan de Arbeidsinspectie het werk stilleggen als er wel een sloopvergunning van de gemeente is? Ja. De gemeente is bij het verlenen van een sloopvergunning niet verplicht om te toetsen of er een asbestinventarisatie met risicoklasse aanwezig is. Dat laatste is de taak van de Arbeidsinspectie als handhaver van de Arbo-wetgeving. Als de Arbeidsinspectie constateert dat er voor de asbestsanering geen asbestinventarisatie met risicoklasse aanwezig is, kan de Arbeidsinspectie het werk stilleggen, ook al heeft de gemeente een sloopvergunning afgegeven. 4. Is de doorlopende sloopvergunning voor asbestverwijdering nog geldig? Nee. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 eist voor elke verwijdering een sloopvergunning en kent niet expliciet de constructie van een doorlopende sloopvergunning. Daaruit wordt geconcludeerd dat deze constructie, zoals deze sinds 2004 in de Modelbouwverordening was opgenomen, niet meer mogelijk is. Omdat het vooral voor het mutatie- en klachtenonderhoud problematisch is als er onnodig oponthoud of zelfs leegstand ontstaat door administratieve procedures rond vergunningverlening, heeft Aedes hierover overleg geopend met betrokken partijen. Doel van het overleg is een protocol op te stellen waarbinnen een woningcorporatie een parapluvergunning kan verkrijgen. Naar verwachting zal Aedes haar leden hierover binnenkort op de hoogte kunnen stellen. 5. Kan, om de risicoklasse te bepalen, worden volstaan met het opsturen van een monster naar een asbestinventarisatiebureau/laboratorium? Nee. Om de risicoklasse te kunnen bepalen zijn niet alleen het soort materiaal, maar ook de situatie en bevestiging van het materiaal van belang. Het gecertificeerde asbestinventarisatiebedrijf zal dus altijd op de locatie moeten inventariseren om de risicoklasse vast te stellen die in het asbestinventarisatierapport vermeld wordt. 6. Mag een corporatiemedewerker ook asbest verwijderen? Ja. Een corporatiemedewerker mag asbest onder risicoklasse 1 zelf verwijderen, bijvoorbeeld als één geheel verwijderen van een asbesthoudende bloembak of deur. Voorwaarde is wel, dat de medewerker hiervoor is opgeleid. Het is echter veiliger om ook voor asbest dat in risicoklasse 1 valt, een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf in te schakelen. Dat bedrijf kan namelijk meteen de geëigende maatregelen nemen als het te verwijderen asbest valt onder risicoklasse 2 (bijvoorbeeld als de bloembak valt en breekt). Zo kan het risico voor corporatiemedewerker en bewoners beperkt blijven. Arjon Winters is directeur van TriaCon bouwmanagement, vastgoed- & onderhoudsconsultancy, Kampen. âBron: Aedes magazine, 4 april 2007â |

| Informatieblad afdeling Bouwmanagement |
| Informatieblad afdeling Vastgoedconsultancy |
| Informatieblad afdeling Onderhoudsconsultancy |
| Sitemap |