|
Bouwen en wonen: Informatie over verzekeringen, wonen en hypotheken bevat vaak vaktermen. Soms is het niet helemaal duidelijk wat er met deze specialistische termen wordt bedoeld. Hieronder een lijst met de meest voorkomende vaktermen met de daarbij behorende uitleg.
A
Aanneemsom
Som waarvoor een bouwbedrijf de uitvoering van een werk aanneemt.
Aannemingsovereenkomst
Overeenkomst waarbij de aannemer zich verbindt tegenover de aanbesteder om een werk uit te voeren tegen de aanneemsom volgens een plan en de voorwaarden die in een bestek zijn vastgelegd.
Aanschrijving
Schriftelijke mededeling van Burgemeester en Wethouders, die een eigenaar verplicht om bepaalde voorzieningen aan zijn onroerende zaak te treffen of gebreken te herstellen.
A-B-C-akte
Akte waarbij een onroerende zaak twee maal wordt verkocht, eerst van A aan B en dan van B aan C. De zaak wordt echter maar één maal geleverd, namelijk van A aan C.
Aflossingsvrije hypotheek
Hypotheekvorm waarbij alleen rente wordt betaald en waar niet verplicht op wordt afgelost.
Afsluitprovisie
De kosten die een geldverstrekker in rekening brengt voor het afsluiten van een hypotheek. Meestal 1% van de leensom.
Akte
Schriftelijk stuk waarin een feit of een handeling is vastgelegd en dat als bewijs kan dienen.
Akte van eigendomsoverdracht
De notariële akte waarin de overdracht van het eigendom van de onroerende zaak naar een nieuwe eigenaar is geregeld.
Annuïteitenhypotheek
Hypotheekvorm waarbij het maandbedrag gelijk blijft. De samenstelling van het bedrag verschilt: in het begin wordt veel rente en weinig aflossing betaald. Aan het eind is dat andersom. Het maandbedrag wijzigt alleen door een rentewijziging aan het einde van een rentevaste periode.
Akte van splitsing
Een notariële akte die de kadastrale splitsing van een onroerende zaak in appartementsrechten regelt.
Antispeculatiebeding
Bepaling die speculatieve handel in onroerende zaken moet voorkomen, als gemeentelijke bouwgrond wordt gekocht of in erfpacht wordt uitgegeven. Vaak wordt dan bepaald dat een eigenaar-bewoner bij verkoop van de woning binnen een bepaalde termijn eerst toestemming voor verkoop moet vragen aan de gemeente. Vaak moet dan een deel van de winst afgedragen worden aan de gemeente.
Appartement
Een of meer vertrekken op een verdieping van een gebouw.
Appartementsrecht
Aandeel in een gebouw en de daarbij behorende grond, dat is gesplitst in appartementen. Het appartementsrecht geeft recht op het exclusief gebruik van een deel van het gebouw en/of de grond, bijvoorbeeld een flatwoning, een parkeerplaats of een stuk tuin.
Atrium
Binnenplein of binnentuin in een gebouw.
B
Bankgarantie
Garantie van de geldverstrekker namens de koper dat de waarborgsom op afroep zal worden voldaan als de koper na het verlopen van de ontbindende voorwaarden afziet van de koop.
Beschermd dorps- of stadsgezicht
Deel van een dorp of stad dat vanwege schoonheid of historisch karakter van algemeen belang is en daarom beschermd wordt om aantasting van het gebied te voorkomen.
Beleggershypotheek
Hypotheekvorm waarbij aan het einde van de looptijd wordt afgelost. Het opbouwen van een kapitaal voor de aflossing gebeurt via beleggingen in aandelenfondsen en/of obligaties. De opbrengst wordt bepaald door het behaalde rendement en de uiteindelijke koerswinst of het -verlies.
Bel-etage
Eerste woonverdieping boven begane grond of souterrain.
Bestek
Een nauwkeurige beschrijving van een werk, samen met de te gebruiken materialen, de voorwaarden en de kwaliteitseisen en de bouwtekeningen. Op het bestek is de aannemingsovereenkomst gebaseerd. Het is ook nodig voor de controle van de kwaliteit van de bouw.
Bestemmingsplan
Een door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin de bestemming van de grond is aangegeven. Het bestemmingsplan bevat ook doelen en voorschriften voor het gebruik van de grond en de opstallen.
Betonrot
Aantasting van beton waardoor de wapening is gaan roesten.
Bewijs van eigendom
Afschrift van de notariële transportakte die in het kadaster is ingeschreven en die door het kadaster gewaarmerkt is.
Blokverwarming
Centrale verwarming van een aantal woningen, bijvoorbeeld in een flatgebouw, vanuit één ketelhuis.
Boeterente
Als een geldnemer meer aflost op de hypotheek dan vooraf is afgesproken, kan de geldverstrekker over het afgeloste bedrag een boete in rekening brengen.
Bouwbeslag
Hang- en sluitwerk van een gebouw.
Bouwbesluit
Besluit op grond van de Woningwet waarin de overheid minimumeisen en voorschriften voor de bouw en het gebruik vaststelt waaraan woningen moeten voldoen.
Bouw- en woningtoezicht
Gemeentelijke dienst die zich bezighoudt met het toezicht op kwaliteit van bestaande woningen, de aanvragen voor vergunningen verwerkt en controleert of deze worden nageleefd.
Bouwrente
Alle rente die de koper tijdens de bouw van een huis aan de aannemer of de geldverstrekker betaalt.
Bouwrijp
Grond die na drainage en inklinking geschikt is om op te bouwen. Vaak zijn ook leidingen aangelegd (riool, gas, water, enzovoort).
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die direct of indirect met de grond verbonden is, dan wel direct of indirect steun vindt in de grond.
Bungalow
Woning - meestal vrijstaand - waarvan alle vertrekken op de begane grond liggen.
C
Canon
Bedrag dat een huiseigenaar jaarlijks betaalt voor het gebruik van erfpachtgrond. De eigenaar van de grond is meestal de gemeente.
Casco
De dragende constructie van een huis plus de buitenafwerking. Het huis is wind- en waterdicht, maar de binnenafwerking moet nog gebeuren.
Cascobouw
Woningbouw waarbij de woning casco wordt opgeleverd. De toekomstige bewoners kunnen de woning dan naar eigen inzicht (laten) afbouwen.
Chalet
Houten huis.
Combiketel
Een cv-ketel die ook warm water levert.
Combinatiehypotheek
Hypotheek waarin verschillende aflossingsvormen zijn ondergebracht, naar wens met verschillende looptijden, verschillende rentevast perioden en voor verschillende bedragen.
Courtage
Het loon dat de makelaar ontvangt voor verrichte diensten. Het is een variabel percentage van de koopsom. Over het percentage is onderhandeling mogelijk.
D
Dagrente
Rentepercentage dat geldt op het moment dat de hypotheek wordt gesloten. Ook wel marktrente.
Depotrente
Rente die een bank vergoedt over het deel van de hypotheek dat nog niet is opgenomen, bijvoorbeeld bij de bouw van nieuwbouwwoningen en bij verbouwingen.
Domicilie
Wettige woonplaats.
Doorzonwoning
Huis met een woonkamer met ramen aan voor- en achterzijde.
Drive-inwoning
Woning met een inpandige garage op de begane grond.
E
Eigendomsoverdracht
De overdracht van het eigendom van een onroerende zaak bij de notaris via een notariële akte en de inschrijving daarvan bij het kadaster.
Eigenwoningforfait
Bedrag dat is afgeleid van de waarde van een woning en dat bij het inkomen in box 1 van de inkomstenbelasting geteld moet worden. Van dit bedrag mogen rente en kosten van (hypothecaire) geldleningen en erfpacht- en opstalcanons afgetrokken worden.
Eigenwoningregeling
Belastingmaatregel die geldt voor een eigen woning die het hoofdverblijf is.
Entresol
Vloer tussen twee verdiepingen die is aangebracht over een deel van de ruimte.
Erfdienstbaarheid
Een zakelijk recht dat iemand anders dan de eigenaar kan hebben op een onroerende zaak. Bijvoorbeeld het recht van overpad: hier heeft een ander het recht om over de grond van de onroerende zaak te lopen.
Erfpacht
Er is sprake van erfpacht als de grond waarop een woning staat in handen is van iemand anders dan de verkoper. De huiseigenaar moet betalen voor het gebruik van de grond.
Executiewaarde
Bedrag dat een huis naar verwachting opbrengt als het gedwongen moet worden verkocht. Meestal ligt dat tussen de 75% en 90% van de vrije verkoopwaarde. Geldverstrekkers gebruiken de executiewaarde als één van de uitgangspunten bij het bepalen van het hypotheekbedrag.
F
Financieringskosten
Kosten die gemaakt worden om de aankoop van een onroerende zaak te financieren, zoals de notariskosten voor de hypotheekakte, de taxatiekosten en de afsluitprovisie.
Fundering
Ondergrondse dragende delen van een gebouw.
G
Galerij
Loopgang aan de buitenkant van een flatgebouw die toegang geeft tot de woningen.
Garantie Instituut Woningbouw (GIW)
Organisatie die (toekomstige) eigenaars een financiële en kwalitatieve waarborg biedt als een bouwbedrijf dat bij het GIW is aangesloten nalatig is of failliet gaat.
Gebrek, verborgen
Een gebrek aan een huis, dat pas na de koop of de oplevering aan het licht komt en wat de verkopende partij niet had of redelijkerwijs had kunnen weten.
H
Heien
Het in de grond drijven van heipalen voor de fundering van een gebouw.
Herbouwwaarde
Het bedrag dat nodig is voor de herbouw van een verzekerd gebouw op dezelfde plaats en met dezelfde bestemming.
Herenhuis
Ruim huis met voorname aanblik.
Hoogrendementsketel
Een cv-ketel met een voorziening waarmee warmte wordt teruggewonnen uit rookgassen, zodat het rendement hoger is.
Houtskeletbouw
Manier van bouwen waarbij de dragende delen van een gebouw bestaan uit een houten skelet van balken, kolommen en platen.
Huishoudelijk reglement
Reglement waarin de regels staan waaraan een eigenaar van een appartementsrecht zich moet houden. Bijvoorbeeld bepalingen over geluidshinder en het houden van huisdieren.
Huurbeding
Bepaling in de hypotheekakte die inhoudt dat de schuldenaar het betreffende pand niet mag verhuren zonder schriftelijke toestemming van de geldverstrekker.
Hypotheek
Zekerheidsrecht van een geldverstrekker, om vóór andere schuldeisers zich te kunnen verhalen op de opbrengst van de woning. Hypotheek kan alleen gevestigd worden op een registergoed, zoals een huis.
Hypotheekakte
Notariële akte waarin de hypotheek en de daaraan verbonden voorwaarden zijn vastgelegd.
Hypotheekgever
Degene die een onroerende zaak in onderpand geeft: de schuldenaar.
Hypotheeknemer
Degene die geld uitleent en daarbij de onroerende zaak in onderpand heeft: de geldverstrekker.
I
Inboedel
Alle spullen in een huis die niet aan het pand vastzitten, zoals servies, meubels en gordijnen.
J
Jurisprudentie
Toegepast recht. Ook wel de rechtsopvatting van de rechterlijke macht die blijkt uit genomen beslissingen.
K
Kadaster
Een openbaar register waarin alle transport- en hypotheekakten worden ingeschreven. De notaris regelt de inschrijving.
Kavel
Perceel grond.
Kettingbeding
Een bijzondere verplichting ten aanzien van het gebruik van een onroerende zaak. Bijvoorbeeld een verbod om in een pand een bepaald soort bedrijf te vestigen in verband met concurrentie.
Keuring, bouwtechnische
Inspectie van een huis om te onderzoeken wat de staat van onderhoud is, welke reparaties nodig zijn en hoeveel deze ongeveer zullen kosten. Ook wel aankoopkeuring genoemd.
Koopovereenkomst, voorlopige
Afspraken tussen verkoper en koper van een huis over zaken als prijs, voorwaarden en oplevering. Meestal worden deze afspraken schriftelijk vastgelegd in een contract.
Kosten koper (k.k.)
Alle financierings- en aankoopkosten die de koper moet betalen bij de aanschaf van een bestaand huis. Meestal bedragen de kosten koper 10% van de koopsom. Een nieuwbouwhuis wordt "vrij op naam" verkocht. De kosten hiervan zijn lager.
Krediethypotheek
Hypotheekvorm waarbij de geldnemer een kredietlimiet afspreekt met de geldverstrekker. Tot aan het maximale bedrag kan de geldnemer geld opnemen en aflossen. Alleen over het opgenomen bedrag is rente verschuldigd. Deze rente is variabel.
Kruipruimte
De ruimte tussen de vloer van de begane grond en de grond, bestemd voor leidingen en ventilatie.
Kwalitatieve verplichting
Rechten die anderen dan de koper en de verkoper kunnen hebben op een onroerende zaak.
L
Landhuis
Royale, vrijstaande woning met een grote tuin en gelegen in een landelijk gebied.
Lessenaarsdak
Dak met ononderbroken schuin dakvlak.
Levenhypotheek
Hypotheekvorm waarbij tijdens de looptijd rente en een premie voor een levensverzekering wordt betaald. Na afloop van de contractperiode lost de geldnemer met het opgebouwde kapitaal de hypotheek af.
Levensverzekering
Verzekering die voor of op een bepaalde moment een eenmalig bedrag of periodieke bedragen uitkeert. Afhankelijk van de polis kan dit moment zijn als de verzekerde is overleden of juist als deze nog leeft. Een levensverzekering kan ook aan een hypotheek gekoppeld zijn.
Lineaire hypotheek
Hypotheekvorm waarbij elke maand een vast bedrag wordt afgelost. In het begin zijn de woonlasten het hoogst. De rente wordt in de loop van de tijd minder.
Loft
Dakverdieping van een gebouw die als woning is ingericht.
Looptijd
Contractperiode voor een hypotheek. Meestal is deze 30 jaar, maar korter of langer is ook mogelijk.
Loggia
Inpandig balkon.
M
Maatwerkhypotheek
Een Maatwerkhypotheek is een combinatie van een hypothecaire lening en een kapitaalverzekering. Bij deze hypotheek wordt niets afgelost en alleen maar rente betaald en een premie voor de kapitaalverzekering. Met de kapitaalverzekering wordt het kapitaal opgebouwd dat nodig is om aan het einde van de looptijd de lening af te kunnen lossen. Dit kan worden gedaan door te beleggen in fondsen of door te sparen met een rentevergoeding die gelijk is aan de hypotheekrente die men betaalt.
Maisonnette
Appartement met twee verdiepingen.
Makelaar
Een adviseur en bemiddelaar op het gebied van huizen kopen en verkopen.
Meer- en minderwerk
De verrekening van de wijzigingen die tijdens de bouw zijn uitgevoerd ten opzichte van wat er bij de aanbesteding in het bestek en de bouwtekeningen was vastgelegd.
MeerWaardehypotheek
Dit is een hypotheekvorm waarmee men een hogere hypotheek dan alleen op basis van inkomen kan krijgen zonder hogere maandlasten. De maximale hoofdsom is afhankelijk van inkomen en eigen geld. Met name geschikt voor mensen die een huis bewonen met overwaarde en groter willen gaan wonen.
Minuutakte
Het oorspronkelijke exemplaar van een akte die door de notaris opgemaakt is en die bij hem blijft berusten.
Missive
Aanschrijving: een schriftelijke mededeling van Burgemeester en Wethouders die een eigenaar verplicht om bepaalde voorzieningen aan zijn onroerende zaak te treffen of gebreken te herstellen.
Monument
Onroerende zaak die minstens vijftig jaar oud is en die van algemeen belang is vanwege de betekenis voor de wetenschap, de historische waarde of de schoonheid.
N
Nationale Hypotheekgarantie
Garantiestelling voor een hypotheek die de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen onder bepaalde voorwaarden afgeeft. De geldverstrekker loopt daardoor geen risico meer en hanteert dan een (iets) lagere hypotheekrente.
Natte cel
Bouwkundige benaming voor een bad- of doucheruimte.
Natuurlijke ventilatie
Ventilatie door kieren in de woning en door het openen van ramen of deuren.
Notariële akte
Akte opgemaakt door notaris.
Notaris
Openbaar ambtenaar die bevoegd is om akten van overeenkomsten op te maken, te bewaren en afschriften en uittreksels af te geven. Een akte die door de notaris is opgemaakt heet een authentieke akte.
Nutsbedrijf
Openbaar bedrijf dat zorgt voor primaire voorzieningen voor het publiek, zoals het leveren van gas, water en elektriciteit.
O
Onderaannemer
Aannemer die in opdracht van een hoofdaannemer een onderdeel van een bouwwerk uitvoert.
Onderhandse akte
Akte die niet door een notaris is opgemaakt, bijvoorbeeld de koopakte die door een makelaar is opgemaakt.
Onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik
De marktwaarde van een woning. Dit is ook wel de prijs die bij onderhandse verkoop bij aanbieding vrij van huur en gebruik door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed, op de meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding.
Onderzetting
Hypotheek: het zekerheidsrecht van een geldverstrekker om vóór andere schuldeisers zich te kunnen verhalen op de opbrengst van de woning. Een hypotheek kan alleen gevestigd worden op een registergoed, zoals een huis.
Onroerende zaakbelasting
Gemeentelijke belasting die aan eigenaren, gebruikers en huurders wordt opgelegd. Deze belasting is gerelateerd aan de waarde van het object in het economisch verkeer. Huurders betalen het gebruikersdeel, eigenaren betalen zowel het gebruikersdeel als het eigenarendeel.
Ontbindende voorwaarde
Voorwaarde in een koopakte, waarbij gesteld wordt dat de koop kan worden ontbonden als de koper bijvoorbeeld zijn financiering niet rond krijgt, of als er bij een bouwkundige keuring ernstige constructiegebreken geconstateerd worden.
Opstal
De bouwmaterialen en de constructie van een huis plus alle materialen die aan het pand vastzitten. Ook een schuur en een garage horen bij de opstal.
Opstalverzekering
Verzekering van een gebouw met eventuele bijgebouwen tegen onder andere brand- en stormschade.
Optie
Afspraak waarbij de verkoper de koper bedenktijd geeft en tussentijds niet met andere belangstellenden onderhandelt. Duurt meestal een paar dagen.
Overbruggingskrediet
Een financiering via de geldverstrekker voor een geldnemer die tijdelijk eigenaar is van twee huizen, bijvoorbeeld als het nieuwe huis al gekocht is terwijl het oude nog verkocht moet worden. Als het oude huis verkocht is, loopt de financiering af. Het krediet wordt afgelost uit de overwaarde van het oude huis.
Overdracht
Levering van een onroerende zaak door inschrijving van de akte van overdracht bij het kadaster.
Overdrachtsbelasting
Belasting die wordt geheven bij de overdracht van onroerende zaken die in Nederland liggen. Deze belasting bedraagt 6% van de koopsom.
Overlijdensrisicoverzekering
Verzekering die het hypotheekbedrag (deels) dekt als de verzekerde voor het einde van de looptijd overlijdt. Met de uitkering kunnen de nabestaanden (een deel van) de leensom terugbetalen.
Overstek
Deel van een dakrand die over de gevel doorloopt.
Overwaarde
De extra financiële ruimte die ontstaat doordat de marktwaarde van een huis hoger ligt dan de oorspronkelijke koopsom en/of doordat een deel van de hypotheek is afgelost.
P
Partnerregistratie
Een verbintenis tussen partners die niet willen trouwen. De registratie lijkt in veel opzichten op een huwelijk.
Patiowoning
Woning met een open binnentuin, ingesloten door muren.
Patriciërswoning
Historisch, statig huis in het centrum van een oude stad.
Penthouse
Exclusief appartement op het dak van een flatgebouw.
Perceel
Een onroerende zaak, bijvoorbeeld een stuk grond of een pand.
Planschade
Schade die de eigenaar van een onroerende zaak kan lijden als een nieuw bestemmingsplan wordt gemaakt.
Portiekwoning
Woning waarvan de voordeur op een gemeenschappelijk trappenhuis uitkomt.
Precariobelasting
Gemeentelijke belasting voor voorwerpen onder, op of boven gemeenschappelijke grond of water. Bijvoorbeeld een erker boven de straat.
Premiedepot
Een geblokkeerde spaarrekening waaruit premies worden gestort voor de levensverzekering van een spaar- of levenhypotheek. Alleen mogelijk met eigen geld.
Preventief onderhoud
Onderhoud dat toekomstige gebreken voorkomt.
Privaatrecht
Recht dat de verhouding tussen burgers en privaatrechtelijke organisaties onderling regelt.
Projectontwikkelaar
Persoon of onderneming die zich bezighoudt met de voorbereiding of uitvoering van bouwprojecten.
Publiekrecht
Recht dat de verhouding tussen overheidsorganen onderling en tussen overheid en burgers regelt.
R
Recht van Opstal
Een beperkt zakelijk recht om in, op of boven de onroerende zaak van iemand anders gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben of te verkrijgen.
Recht van parate executie
Recht van de hypotheekhouder van een eerste hypotheek om de verbonden zaak te laten verkopen als de hypotheekgever zijn verplichtingen niet nakomt.
Reinigingsheffing
Gemeentelijke heffing voor het ophalen en verwerken van huisvuil.
Rente, effectieve
Geeft de werkelijke lasten van een hypotheek weer. In de berekening zijn alle kosten, de fiscale gevolgen en de betaalfrequentie meegenomen. Op basis hiervan kunt u hypotheken vergelijken.
Rente, variabele
Rentepercentage voor een hypotheek dat mee varieert met de rentestand op de geldmarkt.
Rentevaste periode
Een door de geldverstrekker en de koper afgesproken termijn waarbinnen de rente vastligt. Deze periode ligt tussen de één en de twintig jaar.
Renteverlies tijdens de bouw
Financieringskosten van termijnbetalingen voor bouw- en grondkosten gedurende de bouw tot het moment van gereedkoming.
Renvooi
Lijst van symbolen en hun betekenis bij een bouwtekening.
Revolutiebouw
Naam voor snelle en ondeugdelijke huizenbouw met slechte materialen in de grote steden.
Rioolrecht
Gemeentelijke belasting voor het onderhoud en de aanleg van riolen.
Rooilijn
Bebouwingslijn die niet mag worden overschreden.
Royement, Akte van
Met een akte van royement wordt een hypotheek die is afgelost, doorgehaald in het hypothekenregister van het kadaster.
Ruilverkaveling
Samenvoeging van het grondeigendom van verschillende eigenaren, gevolgd door een nieuwe verdeling. Bedoeld om grondversnippering tegen te gaan.
S
Samenlevingscontract
Akte die rechten en plichten van samenwonenden regelt, onder andere ten aanzien van de inboedel en de kosten van de huishouding.
Schakelwoning
Woning die niet helemaal vrijstaat, maar bijvoorbeeld door een garage aan een andere woning is gekoppeld.
Schoonheidscommissie (Welstandscommissie)
Commissie die door de gemeenteraad is aangewezen en die advies uitbrengt over de esthetische kant van een bouwwerk. De commissie beoordeelt alleen het uiterlijk en de ligging, en niet de constructie.
Schoonmetselwerk
Metselwerk dat in het zicht blijft in het interieur.
Semi-bungalow
Bungalow waarvan niet alle kamers op de begane grond liggen.
Serre
Glazen veranda aan een huis.
Serviceflat
Flatwoning met een aantal gemeenschappelijke voorzieningen voor de bewoners.
Servicekosten
Kosten die betaald worden voor gemeenschappelijke zaken in een appartementsgebouw, zoals de opstalverzekering, de schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten en een reservering voor groot onderhoud.
Servituut
Een zakelijk recht dat een ander dan de eigenaar kan hebben op een onroerende zaak. Bijvoorbeeld de erfdienstbaarheid van recht van overpad.
Sleutelklaar
Woning die geheel afgebouwd is en zo betrokken kan worden.
Sleutelverklaring
Regeling tussen de koper en de verkoper van een onroerende zaak, waarbij afgesproken wordt dat de koper het feitelijk gebruik van de woning al krijgt vóór de juridische levering heeft plaatsgevonden, dit onder uitdrukkelijke voorwaarden.
Sociale koopsector
Koopwoningen die door de overheid gesubsidieerd zijn.
Sociale woningbouw
Woningen voor minder draagkrachtigen met name huurwoningen.
Souterrain
Ruimte die voor minder dan de helft onder de begane grond ligt. Ligt de ruimte dieper, dan is het een kelder.
Spaarhypotheek
Hypotheekvorm waarbij tijdens de looptijd rente wordt betaald, plus een premie voor een levensverzekering (geen aflossing). Aan het eind lost de geldnemer in één keer af met het opgebouwde kapitaal. Dit tegoed is gegarandeerd genoeg voor de aflossing. De rentevergoeding op de verzekering is gelijk aan het rentepercentage wat betaald wordt op de hypotheek.
Spiltrap
Trap waarvan de treden spiraalvormig rond een spil of as lopen.
Split-levelwoning
Woning waarbij een deel van de vloeren op halve verdiepingshoogte tussen de overige vloeren ligt.
Splitsingsvergunning
Vergunning die nodig is voor de splitsing in appartementsrechten.
Spouwmuur
Dubbele muur met een ruimte (spouw) ertussen.
Stadsverwarming
Verwarmingssysteem waarbij warmte en soms ook warm water met een buizenstelsel vanuit een centraal punt naar de woningen in een wijk wordt gebracht. De woningen hebben dan geen eigen cv-ketel.
Stichtingskosten
Het totaal aan kosten voor de koop van een nieuwbouwwoning.
Stormschade
Schade die door storm is veroorzaakt, waartegen men zich met een opstalverzekering kan verzekeren.
Streekplan
Provinciaal plan dat in hoofdlijnen de toekomstige ontwikkelingen beschrijft in de ruimtelijke ordening van (een deel van) de provincie.
Structuurplan
Een plan dat door de gemeenteraad is opgesteld, waarin de hoofdlijnen staan van toekomstige ontwikkelingen binnen een gemeente.
Studio
Een of meer vertrekken op een verdieping van een gebouw.
Successierechten
Een belasting op bezit dat door overlijden of schenken wordt overgedragen. De nieuwe eigenaar betaalt deze belasting.
Systeembouw
Manier van bouwen waarbij gebruik wordt gemaakt van vooraf gefabriceerde onderdelen, bijvoorbeeld hele wanden.
T
Taxatie
Waardebepaling van een woning door een makelaar. Is vaak nodig voor het verkrijgen van een hypotheek of overbruggingsfinanciering. Bij een taxatie wordt zowel gekeken naar de woning zelf als naar de omgeving.
Tentdak
Dak met vier vlakken die in één punt samenkomen.
Thermisch isolerend glas
Glas met hoge warmte-isolatiewaarde.
Thermopane
Merknaam van dubbel glas in een kozijn met een luchtspouw.
Tophypotheek
Hypotheek waarvan het bedrag gelijk is aan de executiewaarde van de woning. De top- extra- hypotheek ligt hoger dan de executiewaarde van de woning.
Traditionele bouw
Manier van bouwen waarbij traditionele materialen en technieken worden gebruikt.
Transport
De overdracht van het eigendom of het gebruiksrecht van een onroerende zaak. Het transport vindt plaats door middel van een notariële akte.
Transportakte
De notariële akte die de overdracht van het eigendom van de onroerende zaak naar een nieuwe eigenaar regelt. Ook wel eigendomsoverdracht.
U
Uitvoerder
Degene die belast is met de dagelijkse leiding op een bouwplaats.
Utiliteitsgebouw
Een gebouw met een maatschappelijk doel, bijvoorbeeld een school en een ziekenhuis. Ook fabrieken en kantoren zijn utiliteitsgebouwen.
V
Variabele rente
Rentepercentage voor een hypotheek dat mee varieert met de rentestand op de geldmarkt.
Veranda
Uitgebouwde overdekte serre aan de voor- of achtergevel van een gebouw.
Vereniging Eigen Huis
Consumentorganisatie voor (toekomstige) eigenaars van woningen.
Vereniging van Eigenaren (VVE)
Wie eigenaar is van een appartement is lid van een Vereniging van Eigenaren (VVE). Deze vereniging ontstaat na de kadastrale splitsing in appartementsrechten. Een VVE behartigt de gezamenlijke belangen van de eigenaren en kan zorgen voor groot onderhoud en schoonmaak, en bepaalt de hoogte van de servicekosten. Als er sprake is van een âslapendeâ VVE worden geen servicekosten betaald en wordt er ook niet vergaderd.
Verkoop
Overeenkomst waarbij de verkoper zich verbindt een zaak te leveren en de koper zich verbindt daarvoor een prijs in geld te betalen.
Verkoopwaarde, vrije
De marktwaarde van een woning in onbewoonde staat.
Vernieuwbouw
Een woning zodanig renoveren dat de kwaliteit vergelijkbaar is met die van een nieuwbouwwoning.
Vervroegde aflossing
Het geheel of gedeeltelijk aflossen van een lening voordat de volledige termijn is verstreken waarvoor de lening is aangegaan.
Verwervingskosten
De prijs die men voor een onroerende zaak moet betalen.
Verzorgingsflat
Flatgebouw met verzorgingsfaciliteiten voor ouderen.
Vestibule
De ruimte achter de voordeur, vaak gebruikt als garderobe.
Vierde nota ruimtelijke ordening extra (VINEX)
Een nota waarin de rijksoverheid de inrichting en het beheer van ruimte regelt. Tot 2005 zullen circa 650.000 woningen gebouwd worden in speciaal daarvoor aangewezen locaties dichtbij de grote steden: Vinex-locaties.
Villa
Vrijstaand aanzienlijk woonhuis buiten of aan de rand van de stad.
Vrij op naam (v.o.n.)
Financierings- en aankoopkosten die u moet betalen als u een nieuwbouwhuis koopt. Meestal bedragen deze 6% van de koopsom.
Vrije vestiging
Mogelijkheid om een woning in gebruik te nemen zonder dat daarvoor een vergunning vereist is.
Vruchtgebruik
Het beperkt recht om goederen - bijvoorbeeld een woning - van een ander te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten.
W
Waarborgsom
Een bedrag dat de koper van een huis bij de notaris stort na het tekenen van de voorlopige koopakte en vóór de eigendomsoverdracht. Meestal 10% van de koopsom.
Wanprestatie
Het niet nakomen van een verplichting.
Wapening
Vlechtwerk van ijzer voorde versterking van een betonconstructie.
Wegneemrecht
Het recht van een huurder om uit een woning weg te nemen wat op zijn kosten is aangebracht, mits hij dat doet zonder beschadigingen te veroorzaken.
Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ)
Deze wet zorgt voor een uniforme waardering van onroerende zaken. Eens in de vier jaar wordt de waarde door de gemeente vastgesteld. Deze dient als uitgangspunt voor de onroerende zaakbelasting, de wateromslag en het eigenwoningforfait.
Wet Voorkeursrecht Gemeenten
Deze wet houdt in dat een verkoper zijn onroerende zaak eerst aan de gemeente te koop aan moet bieden. Een gemeente kan een voorkeursrecht vestigen op een onroerende zaak als die in het kader van het ruimtelijk beleid zou moeten worden aangekocht.
Woningvoorraad
Het totaal van koop- en huurwoningen die voor bewoning geschikt zijn.
Woonzorgcomplex (wozoco)
Gebouw voor ouderen die niet meer helemaal zelfstandig kunnen of willen wonen. Biedt een combinatie van beschermd wonen en zorg.
WOZ
Wet waardering onroerende zaken.
Z
Zaakwaarnemer
Iemand die de zaken van anderen waarneemt en behartigt.
Zadeldak
Dakvorm die bestaat uit twee schuine dakvlakken boven twee evenwijdige muren.
Zakelijk recht
Een absoluut recht dat tegenover iedereen te handhaven is, bijvoorbeeld het eigendomsrecht of de hypotheek.
Zwevende vloer
Loshangende dekvloer (vaak een parketvloer) die geen contact maakt met de wanden. Zorgt voor geluidsisolatie
|